Like ons op Facebook

Mensen van de straat

door Danja Raven

Het is 19 juni, 00:00 uur in Maleisië en 18 juni, 18:00 uur in Nederland. Ik lig net in bed als ik me realiseer dat heel Nederland nu oranje kleurt, bier drinkt en met een mond vol oranje mini-tompoezen juicht voor ons elftal. En scheldt op de scheids. Ik twijfel of ik mijn comfortabele kamer met airconditioning zal verruilen voor de donkere en vervuilde straten van Kuala Lumpur’s China Town.

Tijdens onze ontmoeting met Spanje op 13 juni, sliep ik in diezelfde kamer zo’n twaalf uur achter-een en miste daarmee een wedstrijd die geschiedenis schreef. Ik werd de volgende ochtend wak-ker gebeld door de eigenaar van mijn guesthouse, die me feliciteerde met de glorieuze overwinning. Er zat niets anders op dan bekennen dat ik in slaap was gevallen. Of hij me misschien de eindstand kon vertellen.

Met een zucht sla ik mijn deken terug en check mijn telefoon. Nog steeds nul - nul. Rillend wurm ik me in een lange legging, een simpel zwart t-shirt en zet de airconditioning uit. Op mijn tenen verlaat ik het guesthouse.

Het is een korte wandeling naar de Reggae bar. Dat is het altijd. Als ik één ding geleerd heb op reis, is het wel dat iedere jungle, iedere berg, iedere stad en ieder strand in ieder Aziatisch land een Reggae bar heeft. En het maakt niet uit wat je zoekt, de Reggae bar heeft het. Ik zocht een televisie en vond er vier. De wedstrijd is een half uurtje bezig. De stand inmiddels één - één.

Ik neem plaats aan een leeg tafeltje in een hoek van de bar en bestel een glas sinaasappelsap. Je weet wel, voor het oranje gevoel. Schuin voor me zitten vier kettingrokende Nederlandse meisjes in hotpants en spaghettitopjes. Aan het tafeltje naast me een rijk uitziende Australiër die druk aan een met appeltabak gevulde shisha lurkt. Iets verderop een jong Nederlands en een Australisch koppel. Verder een flink aantal manlijke locals.

Nederland scoort. Ik steek mijn armen in de lucht en juich. De meisjes schuin voor me juichen mee. Het Nederlandse koppel roept proost en neemt glimmend een slok van hun gedeelde biertje. Het valt me op dat de locals minstens zo enthousiast zijn als wij. Iets te enthousiast als je het mij vraagt. Het lijkt na ieder doelpunt of ze vergeten zijn dat hun armen nog in de lucht hangen. Het duurt net iets te lang, alsof ze zich ervan willen verzekeren dat wij (ons vrouwen) gezien hebben dat ze bij het oranjelegioen horen.

Nog eenmaal juichen we collectief voordat het verlossende fluitje een eind maakt aan de wedstrijd.  De barman feliciteert me met de overwinning. Euforisch - althans zo euforisch als mogelijk is op sinaasappelsap - verlaat ik de reggae bar. Met een flinke pas wandel ik door de straten van China Town. Trots.

Het is druk op straat. Tijdens de korte wandeling naar huis, passeer ik zo’n zestig daklozen. De meeste slapend. Sommigen snuivend, spuitend of high. Een enkeling schuimbekkend. Tegen de tijd dat ik in mijn bed lig, is mijn glimlach lang verdwenen. Als ik mijn ogen sluit, zie ik geen sco-rende Robben, van Persie en Depay. Geen voetbal. Nee. Deze nacht, zie ik slechts de mensen van de straat.

Like deze pagina
Sponsors