Een oude
kunstvorm, een verzamelaarsobject, maar bovenal een beschermer en gelukbrenger, de amulet verschijnt in vele vormen. Een portret van een gerespecteerde monnik of een bronzen, messing of kleien boeddha zijn favoriet in Zuidoost-Azië.
Voor de
Theravada-boeddhisten in Thailand, Cambodja, Laos, Birma is het amulet magisch. Maar het is ook goed geld verdienen. Veel boeddhistische kloosters brengen daarom hun eigen amuletten op de markt. Hangend om de nek brengt de amulet zijn drager geluk en
rijkdom. Magische krachten beschermen hem tegen rondvliegende kogels, kwade geesten en alledaagse kwellingen.
Bij sommige Thai bungelen er meerdere amuletten aan de ketting om de nek. Soms wel een dozijn. Het is vooral een
trend onder criminelen en politiemannen. Logisch, zij kunnen natuurlijk ook wel wat bescherming gebruiken.
Een gerespecteerde Thaise
politieagent, die in 2006 op 104-jarige leeftijd overleed, droeg een reuzenamulet. Na zijn dood werd het een fenomeen in Thailand. Het amulet kreeg de naam Jatukum en bezit volgens de Thai magische krachten.
Hoe populair ze ook zijn, het geloof in amuletten strookt niet met de boeddhistische leer. Boeddha is tegen bijgeloof en aanbidding van heilige beelden. Innerlijke
kracht is de magische motor.